Buurt waarin je wieg stond bepaalt (deels) je latere inkomen

De buurt waar je wieg staat en waarin je opgroeit is voor een deel bepalend voor je kansen op de arbeidsmarkt en je latere inkomen. Dat vermoeden bestond al jaren, alleen kon het nooit eerder empirisch worden aangetoond. SEO Economisch Onderzoek geeft daar, onder leiding van Bas ter Weel, nu wel onderbouwing voor. Het onderzoek, dat wordt ondersteund door de Goldschmeding Foundation, is onderdeel van het project ‘Sociale Ongelijkheid in Nederland’ dat de mate van ongelijkheid in de samenleving en de mogelijke oorzaken en gevolgen in kaart brengt.

Uitgebreide analyse
Literatuuronderzoek van SEO laat zien dat kinderen die geboren zijn in gezinnen met een inkomen dat tot de onderste 20% behoort, een kans van 12% hebben om als volwassene tot de bovenste 20% inkomens te gaan behoren. In deze studie gingen de onderzoekers veel verder. Op basis van talloze data van het Centraal Bureau voor de Statistiek werd een analyse uitgevoerd over individuen, ouders, buurten en inkomens. Met die gegevens kan nu voor het eerst de inkomenspositie van kinderen worden afgezet tegen die van hun ouders én kan duidelijk worden gemaakt wat het effect is van verhuizen naar een betere buurt.

Inkomensverschillen overbruggen
Voor het onderzoek is een groep kinderen geanalyseerd die geboren is in 1985 en een groep uit 1989. Eerst werd vastgesteld wat het inkomen van de ouders van die kinderen was en vervolgens is gekeken welk deel van die kinderen is verhuisd en welk deel niet. Daarna is gekeken naar het inkomen van die kinderen op 28-jarige leeftijd. Allereerst vinden de onderzoekers, niet heel verrassend, dat de inkomenspositie van kinderen afhankelijk is van de inkomenspositie van hun ouders. De onderzoekers ontdekken echter ook dat kinderen die verhuizen naar een regio waar de bewoners een beter inkomen hebben, zelf ook een beter inkomen hebben dan kinderen die achterblijven. Per jaar dat een kind opgroeit in de nieuwe regio wordt het inkomensverschil tussen de oude en nieuwe buurt gemiddeld 2,7% kleiner. Dit betekent dat, als kinderen op zeer jonge leeftijd (rond de 1 jaar) zouden verhuizen, zou circa 62% van het verschil in inkomen kunnen overbruggen. Belangrijk om hierbij op te merken is dat verhuizen op latere leeftijd, als mensen zelf de arbeidsmarkt betreden rond de 28 jaar, geen invloed meer heeft op het inkomen.

Kansengelijkheid in de samenleving
De studies laten zien dat de fysieke omgeving van invloed is op de kansen van kinderen en hun latere inkomen. Ook wordt geconcludeerd dat het voor een groep mensen ook tijdens het werkzame leven lastig is om op te klimmen op de inkomensladder. De resultaten bieden verschillende aanknopingspunten voor verder onderzoek dat beleid op het gebied van kansengelijkheid kan bevorderen. Uitgangspunt is dat iedereen bij de geboorte een gelijke kans zou moeten hebben om bepaalde posities in de maatschappij te kunnen bereiken. Kansengelijkheid is dan ook een belangrijk speerpunt in politiek en beleid. Maar het bepalen van de mechanismen die kansengelijkheid bevorderen en het door onderzoek zichtbaar maken van de mate van gelijkheid, is van cruciaal belang om hier kansrijk beleid op te formuleren. Overigens betekent kansengelijkheid niet automatisch dat de ook uitkomsten voor mensen gelijk zijn; dat is namelijk van veel meer factoren afhankelijk. Er bestaan immers verschillen in persoonlijke inzet, aangeboren talent en geluk in het leven.

Maatschappelijke relevantie
Dit onderzoek heeft expliciet aangetoond dat het uitmaakt voor je kansen op latere leeftijd in welke buurt je wieg heeft gestaan en waar je als kind opgroeit. Een volgende stap in het onderzoek is om de analyses over ongelijkheid te koppelen aan de mogelijke gevolgen op maatschappelijk niveau. Wat is de impact van ongelijkheid op het sociale kapitaal van een gemeenschap? Wat zijn de gevolgen voor de politiek? Zijn er verschillende levensverwachtingen als je kijkt naar ongelijkheid tussen groepen mensen? En wat kunnen we doen om de verschillen kleiner te maken? SEO geeft aan dat de kansen op inkomensstijging niet zozeer te maken hebben met lokale arbeidsmarktomstandigheden, maar dat het vooral gaat om onderwijs en het gevoel van veiligheid. De uitkomsten van het onderzoek bieden perspectief voor het ontwikkelen van beleid dat zich richt op het verbeteren van buurten: dit beleid zou zich moeten richten op onderwijs, veiligheid en voorzieningen. Dan hoeven mensen niet te verhuizen om betere kansen te krijgen.