De waarde van werk

Wat bepaalt de waarde van werk, en hoe kunnen we instituties en wetten zo inrichten dat meer mensen op een zinvolle manier werk gaan verrichten?

Werk speelt een belangrijke rol in het leven. Het bepaalt voor een groot deel de maatschappelijke positie en het welzijn van mensen. Door maatschappelijke trends als technologische vernieuwing en flexibilisering verandert de aard van werk, wat veel mensen als een bedreiging ervaren. Daarnaast neemt het maatschappelijke belang van onbetaald werk, zoals vrijwilligerswerk en mantelzorg, toe. Helaas heeft de politiek daar te weinig belangstelling voor.

Om ervoor te zorgen dat meer mensen op een zinvolle manier kunnen bijdragen aan een sterke samenleving is het belangrijk dat de wet- en regelgeving rond werk aansluit bij de waarde die verschillende groepen in de bevolking hechten aan verschillende soorten werk.

Het project De Waarde van Werk onderzoekt de waarde en waardering van betaald en onbetaald werk. Het project bekijkt de waardering van verschillende soorten werk, verschillen in de waardering tussen bevolkingsgroepen en tussen uiteenlopende werkgevers, de rol van instituties rond werk en inkomen, en veranderingen in de waardering van werk in de tijd.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door het  Amsterdams Instituut voor ArbeidStudies (AIAS-HSI) van de Universiteit van Amsterdam onder leiding van Prof. dr. Paul de Beer.

Waarde van Werk Monitor

Met de Waarde van Werk Monitor willen de onderzoekers de vraag beantwoorden in welke mate instituties rond werk en inkomen mensen ondersteunen of juist belemmeren om het soort werk te verrichten waaraan zij maximale waarde hechten. Belemmeren opgebouwde pensioenrechten werknemers bijvoorbeeld om als zelfstandige verder te gaan? Om de waardering van werk continue te volgen werken de onderzoekers aan een periodieke Waarde van Werk Monitor.

Op deze manier wil het project bekijken welke aanpassingen nodig zijn om wet- en regelgeving beter te laten aansluiten bij de wensen die mensen hebben ten aanzien van werk. Zijn er bijvoorbeeld meer mogelijkheden nodig om betaald werk en zorgtaken te combineren? Moet er meer sociale bescherming komen voor zzp’ers? De beleidswijzigingen zorgen ervoor dat meer mensen passend werk krijgen waarmee we een inclusieve economie bouwen waaraan iedereen meedoet.

Resultaten meting 2019

In 2019 is de eerste meting met de Waarde van Werk Monitor uitgevoerd onder een representatieve steekproef van de Nederlandse bevolking. Bovendien zijn gehouden. In 2020 zijn de verzamelde gegevens geanalyseerd, wat een groot aantal nieuwe relevante inzichten over de waarde(ring) van werk heeft opgeleverd. Deze inzichten zijn opgenomen in een uitgebreid eindrapport. Daarnaast is er een reeks publicaties over geselecteerde thema’s verschenen onder de naam ‘Kort & Bondig’.

Uit de Monitor 2019 blijkt o.a. dat

  • Nederlanders blijven veel belang hechten aan baan- en inkomenszekerheid, maar vinden de intrinsieke aspecten van werk (ontwikkeling, autonomie, zinvolheid) nog belangrijker. Er is dus alle reden om in de toekomst meer aandacht te besteden aan de kwaliteit van het werk.
  • Nederlanders vinden (betaald) werk belangrijk, maar andere zaken in het leven (m.n. gezin en vrije tijd) minstens zo belangrijk. Zij willen vooral verschillende soorten activiteiten kunnen combineren.
  • Nederlanders vinden in het algemeen dat de overheid meer zou moeten doen om mensen te ondersteunen bij het uitvoeren van verschillende soorten taken, naast of in plaats van betaald werk.
  • De verschillen tussen jongeren (18-34 jaar), de midden leeftijdsgroepen (35-49 jaar) en ouderen (50-70 jaar) in waardering van (verschillende aspecten van) werk zijn relatief klein. Jongeren hechten niet minder, maar juist meer belang aan baan- en inkomenszekerheid dan ouderen. (Of dit verschil samenhangt met de leeftijd of duidt op een verschil in opvattingen tussen generaties kan op grond van een eenmalige meting niet worden vastgesteld.)
  • Zelfstandigen vormen de enige groep die een duidelijke voorkeur heeft voor werken als zelfstandige en minder belang hecht aan baanzekerheid. Ook zelfstandigen kennen echter grote waarde toe aan inkomenszekerheid (bijvoorbeeld via inkomensdervingsverzekeringen en pensioen).
  • Werkenden met een flexibel dienstverband (tijdelijk werk, uitzendwerk, oproepwerk) hebben in grote meerderheid een voorkeur voor vast werk. Zij geven aan dat hun werk niet alleen relatief slecht scoort op baanzekerheid, maar bijvoorbeeld ook op beloning, inhoud van het werk, ruimte voor initiatief en ontwikkelingsmogelijkheden. Ook rapporteren zij in het algemeen een lagere tevredenheid met hun werk.
  • De waardering van het werk hangt niet alleen af van de persoon en het soort werk dat iemand doet, maar ook van de organisatorische context waarin het werk plaats vindt. Zo bieden organisaties met een groter aandeel werkenden zonder standaard (vast) contract ook aan de werknemers met een vast contract minder ontwikkelingsmogelijkheden. In grote organisaties (met meer dan 250 werknemers) blijken met name de intrinsieke aspecten van werk minder goed geborgd en is ook de aansluiting tussen taken en vaardigheden van de werknemers gebrekkiger. Deze bevindingen vormen een aanwijzing dat met name in grote organisaties de dialoog tussen organisaties en werknemers over wat werknemers nodig hebben om goed en met plezier te (blijven) functioneren, te wensen overlaat.

 

Tweede meting Waarde van Werk Monitor – in het licht van de coronacrisis (2021)

In 2021 is in een vervolgproject een tweede meting met de Waarde van Werk Monitor uitgevoerd, waardoor we inzicht hebben verkregen in de ontwikkelingen in de waarde(ring) van werk, in het bijzonder in het licht van de coronacrisis. Het Waarde van Werk project biedt stakeholders (zoals werkgeversorganisaties, vakbonden en de overheid) de benodigde inzichten om bij hun beslissingen en handelen een correct beeld te hebben van de waarde van werk en de factoren die daarop van invloed zijn. De resultaten zijn in september 2021 verschenen in de Kort & Bondig  publicatie ‘De impact van Covid-19 op de waarde en waardering van werk en het steunbeleid van de overheid’.

De resultaten van deze meting, zoals ook weergegeven in een persbericht (september 2021), zijn:

  • Tijdens de coronacrisis is betaald werk in het leven van Nederlanders minder centraal komen te staan; 38% van de Nederlanders zegt dat het gezin belangrijker is geworden en 31% vrienden, bekenden en vrije tijd. Dat is aanmerkelijk meer dan de 25% voor wie betaald werk belangrijker is geworden.
  • 41% van de mensen is werkzekerheid belangrijker gaan vinden, 30% sociale contacten op het werk en 18% “niet te veel druk of spanning”.
  • 31% van de werkenden zegt dat de sociale contacten in het werk sinds de coronacrisis zijn verslechterd.
  • Het thuis werken bevalt de meeste werkenden goed. 62% van degenen die thuis kunnen werken wil in de toekomst ten minste een aantal keer per week thuis werken.
  • Thuis werken heeft een positief effect op het zelf kunnen beslissen hoe zij hun werk uitvoeren, de hoeveelheid werk die zij gedaan krijgen, hun concentratie tijdens het werk en hun werktevredenheid in algemene zin.

Foto’s: ILO and Boudewijn Bollmann