Sociale Ongelijkheid in Nederland

Gelijke kansen voor iedereen door het aanpakken van sociale ongelijkheid

Sociale ongelijkheid is slecht voor het vertrouwen van mensen in de samenleving. Het leidt tot een minder gezonde, en een minder goed opgeleide, bevolking. Door de sociale ongelijkheid in kaart te brengen, werkt dit project aan een inclusieve samenleving: een maatschappij waaraan iedereen mee kan doen, ongeacht de buurt waarin iemand opgroeit of het gezin waarin iemand is geboren. Het project wordt uitgevoerd door SEO Economisch Onderzoek.

Het doel van dit project is de kennis over sociale ongelijkheid te verdiepen, onder andere door de mate van ongelijkheid in Nederland vast te stellen en door de oorzaken en gevolgen ervan voor de economie en de samenleving in kaart te brengen. Het gaat zowel om een uitgebreide literatuurstudie als onderzoek met gegevens uit de praktijk.

 

“Deze studie naar de oorzaken en gevolgen van ongelijkheid helpt bij vinden van oplossingen, zodat iedere Nederlander gelijke kansen heeft.” Directeur Bas ter Weel van SEO Economisch Onderzoek

 

Het onderzoek belicht welke verschillen er zijn in de sociaaleconomische positie van groepen Nederlanders, en of de sociale ongelijkheid de afgelopen vijftien jaar is gestegen of gedaald. Daarnaast wil het onderzoek de vraag beantwoorden in hoeverre de sociaaleconomische positie van mensen samenhangt met de sociaaleconomische positie van hun ouders.

Met de kennis uit dit onderzoek kunnen werkgeversorganisaties, vakbonden, ministeries, gemeenten en politici de oorzaken van sociale ongelijkheid effectiever aanpakken. De inzichten kunnen bijvoorbeeld helpen bij het creëren van kansen op de arbeidsmarkt voor groepen die nu achterblijven en bij het begrijpen van maatschappelijke onrust over ongelijke kansen.

Uitkomsten onderzoek
Voor het onderzoek is een groep kinderen geanalyseerd die geboren is in 1985 en een groep uit 1989. Eerst werd vastgesteld wat het inkomen van de ouders van die kinderen was en vervolgens is gekeken welk deel van die kinderen is verhuisd en welk deel niet. Daarna is gekeken naar het inkomen van die kinderen op 28-jarige leeftijd. Allereerst vinden de onderzoekers, niet heel verrassend, dat de inkomenspositie van kinderen afhankelijk is van de inkomenspositie van hun ouders. De onderzoekers ontdekken echter ook dat kinderen die verhuizen naar een regio waar de bewoners een beter inkomen hebben, zelf ook een beter inkomen hebben dan kinderen die achterblijven. Per jaar dat een kind opgroeit in de nieuwe regio wordt het inkomensverschil tussen de oude en nieuwe buurt gemiddeld 2,7% kleiner. Dit betekent dat, als kinderen op zeer jonge leeftijd (rond de 1 jaar) zouden verhuizen, zou circa 62% van het verschil in inkomen kunnen overbruggen. Belangrijk om hierbij op te merken is dat verhuizen op latere leeftijd, als mensen zelf de arbeidsmarkt betreden rond de 28 jaar, geen invloed meer heeft op het inkomen.

Kansengelijkheid in de samenleving
De studies laten zien dat de fysieke omgeving van invloed is op de kansen van kinderen en hun latere inkomen. Ook wordt geconcludeerd dat het voor een groep mensen ook tijdens het werkzame leven lastig is om op te klimmen op de inkomensladder. De resultaten bieden verschillende aanknopingspunten voor verder onderzoek dat beleid op het gebied van kansengelijkheid kan bevorderen. Uitgangspunt is dat iedereen bij de geboorte een gelijke kans zou moeten hebben om bepaalde posities in de maatschappij te kunnen bereiken. Kansengelijkheid is dan ook een belangrijk speerpunt in politiek en beleid. Maar het bepalen van de mechanismen die kansengelijkheid bevorderen en het door onderzoek zichtbaar maken van de mate van gelijkheid, is van cruciaal belang om hier kansrijk beleid op te formuleren. Overigens betekent kansengelijkheid niet automatisch dat de ook uitkomsten voor mensen gelijk zijn; dat is namelijk van veel meer factoren afhankelijk. Er bestaan immers verschillen in persoonlijke inzet, aangeboren talent en geluk in het leven.

Maatschappelijke relevantie
Dit onderzoek heeft expliciet aangetoond dat het uitmaakt voor je kansen op latere leeftijd in welke buurt je wieg heeft gestaan en waar je als kind opgroeit. Een volgende stap in het onderzoek is om de analyses over ongelijkheid te koppelen aan de mogelijke gevolgen op maatschappelijk niveau. Wat is de impact van ongelijkheid op het sociale kapitaal van een gemeenschap? Wat zijn de gevolgen voor de politiek? Zijn er verschillende levensverwachtingen als je kijkt naar ongelijkheid tussen groepen mensen? En wat kunnen we doen om de verschillen kleiner te maken? SEO geeft aan dat de kansen op inkomensstijging niet zozeer te maken hebben met lokale arbeidsmarktomstandigheden, maar dat het vooral gaat om onderwijs en het gevoel van veiligheid. De uitkomsten van het onderzoek bieden perspectief voor het ontwikkelen van beleid dat zich richt op het verbeteren van buurten: dit beleid zou zich moeten richten op onderwijs, veiligheid en voorzieningen. Dan hoeven mensen niet te verhuizen om betere kansen te krijgen.

Foto: Tom Jutte