In onze serie De stand in het land gaat bestuursvoorzitter Bert Beun in gesprek met organisaties door het hele land over hun bijdrage aan mens, werk en economie. Dit keer: een interview met Frank Bluiminck, directeur van de MBO Raad. Frank vertelt over de impact van grote maatschappelijke vraagstukken op studenten en de groeiende waardering in politiek en samenleving voor de rol van het mbo in deze tijd van transities.
De MBO Raad is de branchevereniging van 51 publiek bekostigde mbo-instellingen die toegankelijk beroepsonderwijs bieden, in elke regio en in elke levensfase.
“Wij omschrijven onszelf als een branchevereniging van scholen met een maatschappelijke opdracht,” vertelt Frank. De kerntaken van de MBO Raad draaien om wat hij de drievoudige kwalificatie van studenten noemt: “Dat wil zeggen, startbekwame professionals afleveren op de arbeidsmarkt en studenten geschikt maken voor doorstroom naar een vervolgopleiding als ze dat willen. En ten derde, zorgen voor bewust burgerschap zodat mensen actief en zelfbewust kunnen deelnemen aan de samenleving.”
Sociale weerbaarheid
Door de krapte op de arbeidsmarkt en de groeiende behoefte aan praktisch geschoolde vakmensen staat het mbo volop in de belangstelling. Maar, benadrukt Frank, het is niet genoeg met een economische bril naar het mbo te kijken: “Vanuit brede welvaart en de samenlevingsgedachte moet je juist kijken met de mens als vertrekpunt. Deze generatie gaat naar school in een tijd met ongelooflijk veel ingewikkelde vraagstukken. Hun toekomstperspectief is op allerlei fronten veranderd.”
Dat raakt hem echt, vertelt hij: “De mentale druk, de prestatiedruk, de vraag hoe je je door het leven slaat met al die vraagstukken: ik zie veel studenten die geen idee hebben hoe ze het allemaal een plek moeten geven.”
Veel van hen groeien op in gezinnen zonder de nodige sociale steunstructuur. ‘Nederland weerbaar’: je hoort het tegenwoordig steeds vaker in de context van oorlogsdreiging en defensie. “Maar je beste noodpakket is misschien wel een goed sociaal netwerk,” zegt Frank. “Vanuit het onderwijs kunnen wij jonge mensen vaardigheden bijbrengen waarmee ze weerbaarder en veerkrachtiger worden.”
Opleiden voor onbekende beroepen
Ook van de mbo-sector zelf vraagt de maatschappelijke context de nodige aanpassingen. Neem bijvoorbeeld de razendsnelle veranderingen op de arbeidsmarkt door krapte en digitalisering: “We moeten gaan opleiden voor beroepen die we nog niet kennen. Flexibeler en wendbaarder worden is een enorme opgave voor de onderwijssector om ook in de toekomst relevant te blijven voor de arbeidsmarkt.”
Digitale en sociale vaardigheden moeten in alle opleidingen belangrijker worden, onderstreept hij: “Want ook als je in de zorg werkt, moet je technologisch onderlegd zijn. En werk je in de techniek, dan moet je sociaal vaardig zijn om met klanten om te kunnen gaan. Als mbo-sector moeten we ervoor zorgen dat we studenten opleiden met skills waarmee ze breed inzetbaar blijven.”
Nog een uitdaging is demografische krimp, waardoor er minder studenten zijn. Hierdoor staat het brede portfolio van mbo-opleidingen onder druk. “Om de gevolgen van die krimp op te vangen kiezen we voor samenwerking in plaats van concurrentie. Zodat overal in Nederland een breed pakket aan beroepsopleidingen beschikbaar blijft, ook in Zeeland, Limburg en Groningen,” vertelt Frank.
De kansen van AI
AI is voor het mbo zowel een risico als een kans, signaleert Frank: “We kunnen AI gebruiken om het onderwijs te vernieuwen. En er zijn beroepen die redelijk AI-resistent zullen blijven, ook dat biedt mogelijkheden.”
Daarnaast ziet hij hoopvolle ontwikkelingen op het gebied van AI en leven lang ontwikkelen, LLO. De MBO Raad maakt zich sterk voor passende wetgeving en financiering voor om- en bijscholing op de werkplek.
Maar wat vooral nodig is, is de doorbraak van een breed gedragen leercultuur waarin LLO normaal wordt, signaleert hij: “De digitale transformatie en AI kunnen daarbij enorm helpen als versneller. Leren wordt daardoor persoonlijker, visueler en dichterbij. Dat kan de drempels van LLO verlagen, en misschien ook de kosten.“
Onderwijsstelsel als een waaier
Terugkijkend op de afgelopen tien jaar ziet Frank dat de waardering voor het mbo is toegenomen. De visie van voormalig minister van OCW Robbert Dijkgraaf over het onderwijsstelsel als een waaier heeft daaraan “een ongelofelijk belangrijke bijdrage geleverd”, zegt hij.
Dit waaiermodel gaat ervanuit dat verschillende opleidingen in het vervolgonderwijs – mbo, hbo en universiteit – naast elkaar liggen. “Daarmee kantelde de traditionele hiërarchische kijk op het onderwijsveld naar een brede blik waarin talenten gelijkwaardig en complementair zijn,” legt Frank uit. “We zitten nu in de fase waarin we de ideeën die Dijkgraaf heeft gemunt steeds meer handen en voeten geven en vertalen naar beleid. Wat betekent die gelijkwaardigheid dan? In allerlei onderwijsprocessen, maar ook van studentenpas tot studentenfinanciering.”
Stabiele factor in maatschappelijke transities
Intussen is de mbo-sector aan de slag gegaan om de basis op orde te krijgen. Verbeteren van de kwaliteit van examinering en zorgen voor voldoende goede stage- en leer-werkplekken horen daar onder andere bij. Aan het terugdringen van voortijdige schooluitval, een groot issue voor veel mbo-instellingen, wordt hard gewerkt.
De sector zit op de goede route, constateert Frank tevreden: “De laatste jaren heeft het mbo zich kunnen ontwikkelen tot een stabiele factor in het onderwijsveld. Dat heeft geleid tot meer vertrouwen bij beleidsmakers en toezichthouders. En ook de samenleving ziet dat onze sector positief bijdraagt aan maatschappelijke transities.” ▪
Volg de serie
Volg onze interviewserie De stand in het land en ontdek hoe we met onze partners en adviesraadleden samen werken aan beter.